Scheikundegebouw

Lokatie Dreijenlaan 4-10 (evennrs)
Architect  F.E. Röntgen (Rijksgebouwendienst)
Ontwerp/bouwjaar  1958
Bouwstijl  naoorlogs traditionalisme
Functie Laboratorium voor Scheikunde (onderwijsgebouw)
Status  geen

ScheikundegebouwEvenals Landmeetkunde (1953) aan de Hesselink van Suchtelenweg, komt het Scheikundegebouw uit de koker van F.E. Röntgen, als architect werkzaam bij de Rijksgebouwendienst. Deze traditionalist zette met het Scheikundegebouw een deugdelijk maar complex gebouw neer, hoewel het qua ontwerp en architectuur minder opvallend is dan Landmeetkunde. De plattegrond heeft min of meer een H-vorm, waarvan de onderste helft van de linkerpoot haaks is geknikt. In het midden van het verbindingsstuk tussen de twee staande poten is het centrale gebouw geplaatst. De vleugels bestaan uit een souterrain met twee verdiepingen en een doorlopend dak. Hier huizen vier vakgroepen: Landbouwscheikunde (links), Technologie (midden) en Organische Chemie en Fysische en Colloïd Chemie (rechts). Het centrale gebouw, met zijn twee verbindingsgangen, vormt het knooppunt van deze verschillende disciplines. Hier liggen collectief te gebruiken faciliteiten zoals de collegezaal, het archief, de bibliotheek en een leeszaal.

Scheikundegebouw

Aan de voorzijde van het complex is te zien dat de rechter- en linkervleugel voorzien zijn van zadeldaken. Op het hoofdgebouw en aan de achterzijde van de midden- en rechtervleugel zijn ter afwisseling schilddaken (met dakvlakken naar alle zijden) aangebracht. Op de vleugels staat een opvallende rij robuuste schoorstenen. Het geheel doet niettemin vrij sober aan, vooral door het gebruik van baksteen, een van de kenmerken van het traditionalisme. Baksteen geeft gevels al snel een gesloten karakter. Dit in tegenstelling tot de gevels van de modernisten, die met beton en glas juist een grote openheid en ruimtelijkheid wilden scheppen zoals in de nabijgelegen Dreijenborch.

Toch heeft het Scheikundecomplex ook moderne kenmerken, zoals de betonnen omlijstingen van een groot aantal vensters met stalen kozijnen. De rechtervleugel is aan de voorgevel deels met betonplaten bekleed. In de transparante verbindingsgangen zijn betonnen vloerdelen en kolommen aangebracht, wat volledig glazen wanden mogelijk maakte.
De vleugels hebben subtiele verschillen in vormgeving, vermoedelijk om uitdrukking te geven aan de vier disciplines die er huisden. Zo heeft de linkervleugel een hoekoplossing die de gevel als het ware openbreekt. De bakstenen geslotenheid is hier door het gebruik van veel glas doorbroken.
In en aan het gebouw is veel beeldende kunst aangebracht. De Rotterdamse ontwerper en kunstenaar D. Elffers maakte de vier monumentale reliëfs boven de verschillende ingangen – plastieken met gestileerde voorstellingen van onderwerpen, hoe kan het ook anders, ontleend aan de natuur. Ook binnen zijn tal van plastieken en mozaïeken te vinden.

Bron: Gids voor architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur van de Wageningse Berg